Print Friendly, PDF & Email

14/09/2022 Daguitstap Val Saint Lambert en Kasteel John Cockerill

De fabriek is gevestigd op het terrein van de abdij van Val-Saint-Lambert, de vroegere cisterciënzerabdij van Sint-Lambertus,
gesticht in 1202 en opgeheven in 1796. De romaanse kapittelzaal en het scriptorium van de abdij zijn gerestaureerd en worden tot vandaag gebruikt.

In 1826 kwam François Kemlin met honderden arbeiders uit de prestigieuze kristalmanufactuur van Vonêche een nieuwe fabriek vestigen in Seraing.
De abdijsite was gunstig gelegen vanwege de aanwezige ruime gebouwen, de nabijheid van steenkool en de mogelijkheid van vervoer over de Maas.

De geschiedenis van het kasteel van Seraing gaat volgens sommige bronnen terug tot 1288.
Niet bekend is wanneer het kasteel dienst ging doen als zomerverblijf van de prins-bisschoppen.
De keuze voor Seraing werd wellicht ingegeven door de ligging te midden van bosrijke jachtgebieden,
de nabijheid van de abdij van Val-Saint-Lambert en de goede bereikbaarheid (per boot via de Maas).
In de 17e eeuw was het buitenverblijf uitgegroeid tot een aanzienlijk paleis met een classicistische vleugel aan de Maas,
een paleiskerk en fraai aangelegde, ommuurde baroktuinen.

 

Hofconcert in Seraing met prins-bisschop Van Beieren (P.-J. Delcloche, ca 1755)

Omstreeks het midden van de 18e eeuw besloot de puissant rijke prins-bisschop Johan Theodoor van Beieren
(hij was behalve bisschop van Luik ook prins-bisschop van Regensburg en aartsbisschop van München-Freising)
het bestaande buitenverblijf te Seraing te vernieuwen en uit te breiden.
Opdracht voor de bouw kregen de Luikse architecten Jacques-Barthélemy Renoz en Etienne Fayen, £
die gezamenlijk aan het nieuwe zomerpaleis werkten.

Na de mislukte Luikse Revolutie van 1789, betekende de komst van de Fransen in 1794 definitief het einde van het prinsbisdom Luik
en de lange reeks prins-bisschoppen die het land vanaf de 10e eeuw geregeerd hadden. Het zomerpaleis in Seraing werd,
evenals het Paleis van de Prins-bisschoppen in Luik zelf, door de Eerste Franse Republiek genationaliseerd.
Na enige tijd dienst te hebben gedaan als legerhospitaal en kruitopslag, vestigde zich de senaat van het Ourthedepartement er zich.
In 1815 werd koning Willem I der Nederlanden eigenaar van het kasteel en de bijbehorende landerijen.

Willem I verkocht het goed in 1817 aan de van oorsprong Engelse broers James en John Cockerill, die enkele jaren eerder de machinefabriek van hun vader in Verviers hadden overgenomen. Dezen vestigden op de terreinen van het landgoed
de eerste hoogovens in België die gebruik maakten van cokes. Vanaf 1823 was John Cockerill enige eigenaar.

Na diverse overnames behoort Cockerill-Sambre thans tot het ArcelorMittal-concern, de grootste staalproducent ter wereld.
De voormalige bisschoppelijke zomerresidentie biedt thans onderdak aan Cockerill Maintenance & Ingénierie, onderdeel van dit concern.